Open software is van ons allemaal. Het onderhoud ook.
Ineens werkte een flink deel van het internet niet meer. Op woensdag 21 oktober werden veel websites tijdelijk onbereikbaar. Aanleiding waren twee ernstige beveiligingslekken in PHP, de programmeertaal achter talloze websites en online diensten. Beheerders haalden websites uit voorzorg offline, in afwachting van beveiligingsupdates. Zo werd ineens zichtbaar hoe afhankelijk we zijn van software waarvan de meeste mensen de naam nauwelijks kennen. Open software zoals PHP is voor een groot deel afhankelijk van vrijwilligers. Dat is een onwenselijke situatie.
Onder onze digitale samenleving ligt een enorme hoeveelheid open software. Iedereen mag die gebruiken, de broncode bekijken en bijdragen aan verbeteringen. Dat maakt het mogelijk om kennis te delen en voort te bouwen op elkaars werk. Bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties maken daar dagelijks gebruik van. Ter illustratie: zo’n 70% van de Nederlandse websites maakt in een of andere vorm gebruik van PHP.
Tegenover dat grootschalige gebruik staat lang niet altijd voldoende ondersteuning. Essentiële onderdelen van software worden soms onderhouden door een handjevol mensen. De visualisatie The people holding up the internet laat zien hoe sterk het werk aan verschillende veelgebruikte softwareprojecten bij een kleine groep ontwikkelaars is geconcentreerd. Zonder hun kennis, tijd en beschikbaarheid zouden onze digitale voorzieningen grotendeels omvallen.
Ook bij PHP is de beschikbare capaciteit beperkt. Naast vrijwilligers zijn er ontwikkelaars die via de PHP Foundation worden betaald. Die stichting beschrijft openlijk hoe een tekort aan mensen met diepgaande kennis, samen met moeizame besluitvorming, het oplossen van een van de kwetsbaarheden vertraagde. De financiering die er wél was, maakte het mogelijk om uiteindelijk meerdere mensen voltijds aan de oplossing te laten werken.
Voor Open Nederland onderstreept dit het belang van wederkerigheid. Wie profiteert van gedeelde kennis en open technologie, draagt ook verantwoordelijkheid voor het voortbestaan ervan. Vrij te gebruiken software vraagt om structurele investeringen in onderhoud, beveiliging, documentatie en het opleiden van nieuwe ontwikkelaars.
Dat vraagt iets van bedrijven die hun dienstverlening op open software bouwen. Van overheden die ervan afhankelijk zijn voor publieke voorzieningen. Van softwareontwikkelaars die dure pakketten verkopen die onder water afhankelijk zijn van Open Source bouwblokken. En van organisaties die bij de inkoop van ICT wel betalen voor de toepassing, maar onvoldoende zicht hebben op het onderhoud van die onderliggende bouwstenen.
De gebeurtenissen rond PHP roepen de vraag op hoe het onderhoud van open software een vanzelfsprekender onderdeel kan worden van onze digitale economie. Bedrijven en overheden investeren volop in toepassingen en dienstverlening, terwijl de onderliggende infrastructuur en bouwblokken als vanzelfsprekend worden beschouwd. De betrouwbaarheid van onze digitale infrastructuur hangt echter af van de mensen die haar onderhouden. Open software maakt het mogelijk om kennis te delen en samen verder te bouwen. De vraag hoe we dat werk duurzaam organiseren en financieren, verdient daarom evenveel aandacht als de mogelijkheden die de technologie biedt.